Bevoegdheid van: Jo BrounsVlaams minister van Omgeving en Landbouw

Schrapping begrip milieutechnische eenheid

Waarom zou deze regel geschrapt of aangepast moeten worden:

  • Situering van het begrip MTE 

Het begrip Milieutechnische Eenheid (MTE) wordt als volgt gedefinieerd in artikel 1.1.2, §1, 8° van het Decreet van 5 april 1995 houdende Algemene Bepalingen inzake Milieubeleid (DABM): 

“8° milieutechnische eenheid: verschillende inrichtingen en/of activiteiten, met inbegrip van hun exploitatieterrein en de overige onroerende goederen waarmee ze verbonden zijn, die als één geheel moeten worden beschouwd met het oog op het beoordelen van het nadeel dat ze kunnen berokkenen aan mens of milieu. Een gegeven dat kan wijzen op de aanwezigheid van een milieutechnische eenheid is de onderlinge geografische, materiële of operationele samenhang van inrichtingen en activiteiten, die gepaard gaat met een relatieve afscheiding van het geheel van deze inrichtingen en activiteiten ten opzichte van andere inrichtingen en activiteiten. Het feit dat verschillende inrichtingen een verschillend eigendomsstatuut hebben, belet niet dat zij een milieutechnische eenheid kunnen vormen.”  

Een gelijkaardige definitie ligt vervat in artikel 1.1.2 van VLAREM II, dat spreekt over ‘ingedeelde inrichtingen’.  

Via het DABM moet een MTE ertoe komen dat verschillende ingedeelde inrichtingen en activiteiten (IIOA’s) als één geheel moeten worden beoordeeld op vlak van hun impact op mens en milieu, ongeacht het eigendomsstatuut van die MTE. De effecten van een MTE moeten in principe dus samen worden beoordeeld, ook al is er sprake van meerdere IIOA’s. Kortom, het begrip MTE dient ertoe om de milieueffecten cumulatief te beoordelen.  

Het begrip MTE, met bijbehorende definitie, is oorspronkelijk in 1995 toegevoegd aan het DABM, als onderdeel van de nieuwe reglementering rond bedrijfsinterne milieuzorg. De invoeging van het concept MTE gebeurde op basis van de toenmalige SEVESO-richtlijn, die ook aspecten van milieueffectrapportage omvatte. Het idee toen was dat als een bedrijf meer dan één exploitant heeft, “alle exploitanten gezamenlijk voor de naleving van de richtlijn verantwoordelijk zijn”.1 Zelfs toen lijkt het begrip MTE hiermee niet in overeenstemming te zijn; dit ging verder dan wat de toenmalige Europese regelgeving precies voor ogen had.  

  • Het begrip MTE is achterhaald 

Inmiddels is de milieueffectregelgeving op Europees én Vlaams niveau fundamenteel aangepast, in het bijzonder met de komst van de nieuwe Project-MER-richtlijn van 13 december 2011. De oorspronkelijke beweegredenen voor de introductie van het concept MTE, alsook het begrip MTE, zijn hierdoor ondertussen achterhaald.  

Zowel in het licht van de Project-MER-richtlijn als de Habitatrichtlijn moet een omgevingsvergunningsaanvraag met een project-m.e.r.-screening, project-MER of passende beoordeling al een cumulatieve beoordeling. Iedere vergunningsaanvraag moet dus rekening houden met de cumulatieve impact ervan, in samenhang met bestaande of toekomstige projecten – ook ongeacht wie eigenaar of exploitant ervan is. Die cumulatieve beoordelingsplicht gaat ruimer dan het begrip MTE – ook projecten waarmee de vergunningsaanvraag geen geografische, materiële of operationele samenhang vertoont, moeten worden meegenomen in die cumulatieve beoordeling.  

Met andere woorden, gelet op de project-MER-regelgeving moeten alle projecten van een zekere grootteorde (resp. bijlagen 1 en 2 bij het Project-MER-besluit van 24 oktober 2025) dus sowieso worden onderworpen aan een project-m.e.r.-screening of project-MER. Hier geldt per definitie dus telkens een cumulatieve beoordelings- of screeningsplicht. Bovendien moeten ook projecten die gefaseerd worden uitgevoerd (nl. één totaalproject met meerdere deelprojecten) in het kader van de project-MER-richtlijn hoe dan ook een integrale beoordeling op vlak van de milieueffecten hebben, ongeacht de kwalificatie ervan als een MTE.2 Naar milieubeoordeling toe, leidt het schrappen van het begrip MTE dus niet tot een verminderd beschermingsniveau.

  

Minstens is het begrip MTE een verouderd restant van Europees recht dat inmiddels is vervangen en dus grondig is hervormd. In die optiek is het Vlaamse MTE-systeem een vorm van goldplating, nu dit verder gaat dan wat de Europese Unie momenteel verwacht. Vlaanderen voorziet via het begrip MTE in een andere cumulatieve beoordelingsplicht dan wat de huidige Project-MER-richtlijn voor ogen heeft.   

  • Het begrip MTE leidt tot vaagheid in de praktijk 

Ten slotte leidt de toepassing van het begrip MTE tot heel wat onduidelijkheden in de praktijk. Een MTE kan zich namelijk voordoen van zodra sprake is van verschillende inrichtingen met een onderlinge geografische, materiële of operationele samenhang. Die omschrijving is bijzonder vaag en leidde in de praktijk tot vreemde situaties. Op voorhand is vaak moeilijk/niet in te schatten of verschillende inrichtingen met al dan niet verschillende exploitanten en eigenaars deel kunnen uitmaken van dezelfde MTE.

  

Zo zijn er in het verleden vijf aparte grondwaterwinningen als één MTE beschouwd, ook al lagen sommige grondwaterwinningen op zo’n 8 tot 11 km van elkaar.3  

Tegelijkertijd geldt een MTE ongeacht het feit dat verschillende inrichtingen een verschillend eigendomsstatuut hebben, dan wel dat er verschillende exploitanten. Dit leidt tot vreemde toestanden; zo kunnen verschillende inrichtingen met verschillende exploitanten tot één MTE behoren, ook al heeft de ene exploitant geen enkel zeggenschap over de exploitatie van de andere exploitant. Nochtans kan hierdoor bijvoorbeeld inrichting A afgerekend worden op de impact van de luchtemissies van inrichting B, ook al heeft de exploitant van inrichting A hierover geen enkele zeggenschap, laat staan zakelijke of gebruiksrechten.  

Ten slotte staat het begrip MTE juist meer samenwerking tussen bedrijven in de weg. Gelet op de industriële transitie en klimaatuitdagingen, is het niet meer dan logisch dat bedrijven onderling meer zullen en moeten samenwerken (bv. energiedelen, warmte-uitwisseling, hergebruik van grondstoffen…). Veel bedrijven aarzelen echter om op die manier samen te werken, uit schrik dat er sprake zou zijn van een geografische, materiële of operationele samenhang en zij hierdoor als één MTE worden beschouwd. 

Kortom, op basis van deze redenen stellen we voor om het begrip MTE te schrappen uit het DABM en de parallelle bepalingen van VLAREM II.  

Betrokken federaal minister:

Vlaams minister van Omgeving en Landbouw, Jo Brouns 


Voorstel ter aanpassing:

Wij stellen voor om de definitie van milieutechnische eenheid te schrappen uit artikel 1.1.2, §1, 8 van het Decreet Algemene Bepalingen Milieubeleid.  

Gelet hierop, moet het begrip milieutechnische eenheid ook worden geschrapt uit de uitvoeringsbepalingen van artikels 1.1.2, 4.1.0.1, 4.1.8.1, 4.1.9.1.1, 4.1.9.1.2, 4.2.1.2, 4.4.3.3 en 4.4.4.1 VLAREM II.