Materiaalprestatieberekeningen voor nieuwe gebouwen
Waarom zou deze regel geschrapt of aangepast moeten worden:
Context:
De herziene EPBD-richtlijn verplicht lidstaten om bij nieuwe gebouwen de levenscyclusgebonden broeikasgasemissies te berekenen en te rapporteren.
Vlaanderen bereidt hiervoor regelgeving voor waarbij:
- een verplichte materiaalprestatieberekening wordt ingevoerd;
- gebruik wordt gemaakt van de TOTEM-tool;
- een nieuwe rol wordt voorzien voor een materiaalprestatiedeskundige.
Deze verplichting wordt echter grotendeels los van de bestaande EPB-regelgeving uitgewerkt.
Daardoor dreigt een systeem te ontstaan waarbij:
- energieprestatie (EPB) en materiaalprestatie afzonderlijk worden berekend;
- verschillende deskundigen betrokken zijn (EPB-verslaggever en materiaalprestatiedeskundige);
- aparte indieningsmomenten, controles en aansprakelijkheden ontstaan;
- verschillende digitale platformen of processen naast elkaar functioneren.
Hoewel de doelstelling – het verlagen van de klimaatimpact van gebouwen – coherent is, leidt de gekozen uitwerking tot een institutionele en administratieve verdubbeling.
Gevolg:
De invoering van een afzonderlijk materiaalprestatiekader, met verplichte toepassing van TOTEM en een aparte deskundige, leidt tot:
- bijkomende administratieve stappen naast de EPB-procedure;
- verhoogde studiekosten voor bouwheren;
- onduidelijke taakafbakening tussen EPB-verslaggever en materiaalprestatiedeskundige;
- verminderde transparantie voor particulieren en kmo’s;
- verminderd maatschappelijk draagvlak.
Voor burgers en bedrijven ontstaat hierdoor een moeilijk uitlegbaar systeem waarin de klimaatimpact van één gebouw via verschillende parallelle trajecten wordt beoordeeld.
Aangezien het om toekomstige regelgeving gaat, dreigt deze complexiteit structureel ingebakken te worden in het Vlaamse bouwregelgevend kader.
Betrokken Vlaamse ministers:
Vlaams minister van Omgeving en Landbouw, Jo Brouns
Vlaams minster van Energie Hans Bonte
Voorstel ter aanpassing:
Wij vragen dat de Vlaamse Regering bij de verdere uitwerking van de regelgeving inzake materiaalprestatieberekeningen expliciet kiest voor maximale integratie, vereenvoudiging en proportionaliteit.
Concreet vragen wij dat:
- de materiaalprestatieberekening structureel wordt geïntegreerd in het bestaande EPB-kader, in plaats van een afzonderlijk systeem uit te bouwen;
- de administratieve impact van een aparte rapportering, toolverplichting (TOTEM) en bijkomende deskundige grondig wordt geëvalueerd;
- enkel die verplichtingen worden ingevoerd die noodzakelijk zijn voor de correcte omzetting van de EPBD-richtlijn;
- wordt vermeden dat parallelle procedures, rollen en controlemechanismen ontstaan voor één en hetzelfde gebouw.
De omzetting van de EPBD biedt een kans om klimaatdoelstellingen te versterken, maar mag niet leiden tot een structurele toename van complexiteit en regeldruk. Een geïntegreerde en werkbare aanpak is essentieel om het draagvlak bij burgers, bouwheren en ondernemingen te behouden.